Isolatiefabels

Uw huis isoleren? Dan bent u ongetwijfeld al wat fabels tegengekomen over woningisolatie. Wij leggen het graag nog een keertje voor u uit!

Isolatiefabel 1: De donkere radiator

Fabel: ‘’Een donkere radiator geeft meer warmte af dan een lichte. Dat komt doordat donkere kleuren meer warmtestraling afgeven dan lichte kleuren.’’ 

Waarheid: ‘’De kleur van uw radiator heeft geen enkele invloed op de warmtestraling.’’ 

Uitleg: Donkere kleuren geven precies evenveel warmtestraling af als lichte kleuren. De enige uitzondering zijn metaalhoudende verven; die geven namelijk minder warmte af dan gewone verven. De fabel vindt vermoedelijk zijn oorsprong in het feit dat een zwart vlak dat in de zon ligt, veel warmer wordt dan een wit vlak. Dit komt doordat het "zichtbare" deel van de zonnestraling ook in warmte kan worden omgezet. Bij een wit vlak wordt veel zonlicht teruggekaatst en weinig in warmte omgezet, voor een zwart vlak geldt het omgekeerde. Bij radiatoren en kachels is er alleen sprake van warmtestraling en niet van lichtstraling, zoals bij de zon. Een witte radiator geeft dus net zoveel warmte af als een zwarte.

Isolatiefabel 2: De koude stenen vloer

Fabel: ‘’Door een stenen vloer aan de onderkant goed te isoleren zal deze vloer niet meer koud aanvoelen. Door goede isolatie voelt de vloer juist warm aan.’’

Waarheid: ‘’De stenen vloer voelt na isolatie onder de vloer, nog steeds niet warmer aan, ondanks de hogere temperatuur van het oppervlak.’’ 

Uitleg: De warmte van onze voeten stroomt gemakkelijk weg bij een tegelvloer. Om dit te voorkomen kan men naast vloerisolatie vloerverwarming aanbrengen, tapijt op de vloer leggen of gewoonweg warme sokken of pantoffels aandoen.

Isolatiefabel 3: De ademende buitenwand

Fabel: ’Buitenwanden van gebouwen moeten kunnen ademen. Als wanden niet meer kunnen ademen, wordt het binnen te vochtig.’’ 

Waarheid: ‘’Buitenwanden van woningen en andere gebouwen hoeven niet te kunnen ademen.’’ 

Uitleg: Op zichzelf is het natuurlijk al onzin dat muren zouden moeten kunnen ademen. Men bedoelt echter dat er door de muren vocht naar buiten wordt afgevoerd. De hoeveelheid vocht (waterdamp) die door wanden wordt afgevoerd, is meestal niet meer dan 2% procent van de totale hoeveelheid. De rest (98%) wordt door ventilatie naar buiten afgevoerd. Het al dan niet kunnen ademen heeft nauwelijks invloed op de luchtvochtigheid in huis.

Isolatiefabel 4: Sprookje van de spouw

Fabel: De spouw, oftewel de luchtlaag tussen twee begrenzingsvlakken, isoleert goed. Isolatie in de spouw is dus overbodig.’’ 

Waarheid: ’Een luchtspouw die al genoeg isoleert, bestaat niet. De isolatiewaarde van 5 cm isolatie is ongeveer 7 maal zo hoog als van een 5 cm brede "stilstaande" luchtspouw.’’ 

Uitleg: De lucht in een spouw staat nooit "stil", er is namelijk altijd sprake van luchtstroming waardoor warmte wordt afgegeven. Het is zo dat de warme binnenspouwblad warmte uitdraagt naar het koude buitenspouwblad. Deze warmtestraling gaat dwars door die luchtlaag heen en vormt ca 80% van de totale warmteoverdracht. Vulling met isolatiemateriaal vermindert de warmteafgifte door luchtcirculatie grotendeels.

Isolatiefabel 5: Volledig vullen van de spouw

Fabel: ’Spouwen in muren mogen niet volledig worden gevuld met een isolatiemateriaal, want een geventileerde spouw zorgt ervoor dat er geen regendoorslag optreedt; de muur sneller droogt en er geen inwendige condensatie ontstaat.’’ 

Waarheid: ’Spouwen in muren mogen bijna altijd volledig worden gevuld, mits dit gedaan wordt door een deskundige én het materiaal is goedgekeurd.’’ 

Uitleg: Als aan de "mits" wordt voldaan, is het volledig vullen van de spouw geen enkel probleem. Het buitenblad zal gemiddeld genomen wat natter zijn, dit is echter geen bewaar. Mocht er inwendige condensatie ontstaan, gebeurt dit vaak in zulke kleine hoeveelheden, dat dit geen kwaad kan.

Isolatiefabel 6: Dichte ramen

Fabel: ’Als u wil dat het in huis niet te vochtig wordt, moeten ramen zoveel mogelijk dicht worden gehouden. Buiten is de luchtvochtigheid in de herfst en in de winter veel hoger dan binnen. Door de ramen te openen komt deze vochtige lucht de woning binnen.’’ 

Waarheid: ’Om de luchtvochtigheid in huis in de winter te verlagen moet er juist meer geventileerd worden.’’ 

Uitleg: De buitenlucht voelt in de herfst en winter vaak vochtiger aan, maar als gevolg van de lage temperatuur bevat deze toch maar weinig waterdamp. In huis is er juist sprake van hoge luchtvochtigheid, door bijvoorbeeld koken en wassen. Als er dan niet genoeg wordt geventileerd, stijgt het vochtgehalte van de lucht in huis. Door middel van ventilatie komt de droge lucht naar binnen en wordt vochtige lucht afgevoerd naar buiten.

Isolatiefabel 7: Spookverhalen over schimmel

Fabel:’Spouwmuurisolatie leidt tot condensatie waardoor het behang sneller gaat schimmelen.’’ 

Waarheid: ’Door spouwmuurisolatie kan geen condensatie optreden.’’ 

Uitleg: De luchtvochtigheidsgraad in een woning wordt voornamelijk bepaald door de mate van ventilatie en heeft niets met isolatie te maken. Op kritieke plekken, zoals in de hoeken achter gordijnen, lateien boven de ramen en muren achter de kasten kan condensatie optreden. Dat kan zich ook voordoen na het isoleren. Men zal dan in dit geval bewust gebruik moeten maken van ventilatieroosters, klepraampjes en mechanische ventilatie.

Isolatiefabel 8: Voorkom beslagen ramen

Fabel: ‘’Enkel glas vervangen door dubbel glas maakt dat je geen last meer hebt van beslagen ramen. Dubbel glas zorgt er namelijk voor dat de temperatuur van de ruit aan de binnenkant hoger.’’ 

Waarheid: ’Vervanging van enkele glas door dubbel glas maakt dat de kans op beslagen ramen afneemt.’’ 

Uitleg: Dubbel glas zorgt ervoor dat de temperatuur van de ruit aan de binnenzijde hoger wordt, waardoor onder "normale omstandigheden” de ramen niet beslaan. Tijdelijk kan er wel condensatie optreden, bijvoorbeeld op de ramen in de keuken of als er veel mensen tegelijk in één kamer zijn. 

Isolatiefabel 9: Lekker lang laten luchten

Fabel: ’Om te zorgen voor een frisse kamer, moeten de ramen het liefst de hele dag open staan. Hoe meer frisse (buiten)lucht er in de kamer komt, des te beter en gezonder.’’ 

Waarheid: ’Een half uur luchten is in het algemeen voldoende om een vertrek weer fris te krijgen.’’

Isolatiefabel 10: Bij woningisolatie geldt: alles of niets

Fabel: ’Het heeft geen zin een deel van de woning te isoleren, want dan ontsnapt de warmte alsnog via de niet-geïsoleerde delen van het huis.’’ 

Waarheid: ‘’Het isoleren van een deel van de woning vermindert wel degelijk de warmteverliezen en dat scheelt op de energiekosten.’’ 

Uitleg: Als een deel van een gebouw wordt geïsoleerd, zal er minder warmte door dat deel verloren gaan. Het warmteverlies door niet geïsoleerde constructiedelen zal hierdoor niet toenemen; het temperatuurverschil tussen de binnen en buitenmuur is immers niet veranderd. 

N.B. Bij Technisol raden we wel aan de gehele woning te isoleren. Wanneer een muur slechts gedeeltelijk geïsoleerd wordt kan er wel condensatievorming optreden op de scheiding tussen het wel en niet geïsoleerde deel met alle gevolgen van dien. 

Isolatiefabel 11: Verplaatsende vocht

Fabel: ‘’Als een koudebrug (een deel van de constructie met een lager isolatieniveau) wordt geïsoleerd, slaat het vocht neer op andere plekken in de woning. Daardoor zal er condensatie of schimmelgroei optreden.’’ 

Waarheid: ’Bij het isoleren van koudebruggen verplaatsen de vochtproblemen zich niet naar andere plekken.’’ 

Uitleg: Condensatie en schimmelvorming ontstaan bij een hoog vochtgehalte in huis in combinatie met een kouder binnenoppervlak van de constructie. De oorzaak van schimmelvorming is te wijten aan de luchtvochtigheid. Het is dat verstandig om meer te gaan ventileren. 

Isolatiefabel 12: Het verklikkende klepraampje

Fabel: ‘’Een klepraam voorkomt een hoog vochtgehalte in de woning. Als het vochtgehalte tot een bepaald niveau stijgt, zal het klepraampje beslaan en op die manier blijft het vochtgehalte in de lucht beperkt.’’ 

Waarheid: ’Condensatie op een klepraampje heeft geen merkbare invloed op het vochtgehalte van de binnenlucht.’’ 

Uitleg: De productie van woonvocht in een huishouden ligt in veel gevallen tussen de 8 en 16 liter per dag. Deze hoeveelheid wordt d.m.v. ventilatie naar buiten afgevoerd. Zeer ruim geschat condenseert er per dag een kopje water op een klepraampje. Het zal duidelijk zijn dat dit verwaarloosbaar is vergeleken met de hoeveelheid woonvocht die men per dag in de lucht brengt. Een klepraampje kan daarentegen wel een handige verklikker zijn voor een wat hoger vochtgehalte. Een beslagen klepraampje kan een reminder zijn dat het verstandig is wat meer te ventileren. 

Isolatiefabel 13: Stoken voor de mussen

Fabel: ’Als je ramen en deuren openzet voor ventilatie, stook je voor de mussen. Energie is duur; het is zonde om al die warme lucht zomaar naar buiten te laten ontsnappen.’’ 

Waarheid: ’Onvoldoende ventileren brengt de gezondheid van de bewoners in gevaar. Het is belangrijk om te ventileren. Om niet overbodig veel energie te gebruiken, moet dit met verstand gebeuren of kan men een ventilatiesysteem met warmteterugwinning aanschaffen.’’ 

Uitleg: In een woning wordt de lucht verontreinigd door menselijke activiteiten en in mindere mate door stoffen die uit huisraad en bouwmaterialen vrijkomen. Roken, verbrandingstoestellen en CO2-productie door de mens zelf, vormen belangrijke bronnen van luchtverontreiniging. Zelfs uit luchtverfrissers komen weleens schadelijke stoffen vrij. Ook heeft een hoog vochtgehalte  invloed op de binnenluchtkwaliteit vanwege een grotere kans op de ontwikkeling van schimmels en huisstofmijt. Voldoende ventilatie is zonder meer noodzaak voor een gezonder binnenmilieu.

Heeft u vragen? Dan kunt u altijd contact met ons opnemen! 

 

Laurens Loenen

Meer informatie?

Vraag het Laurens Loenen +31 (0)24 6417303 Offerte aanvragen Contact opnemen

Certificaten

Door op "accepteer cookies" te klikken geef je toestemming dat wij cookies plaatsen op de website.